School voor HAVO, VWO (Atheneum, Gymnasium)

Kies een PSG-school

SCHOOLONDERSTEUNINGSPROFIEL JAN VAN EGMOND LYCEUM 2018 – 2022

1 Inleiding

In het schoolondersteuningsprofiel legt het schoolbestuur ten minste eenmaal per vier jaar vast welke ondersteuning de school kan bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. Ook wordt beschreven welke ambities de school voor de toekomst heeft. Dit profiel wordt opgesteld door leraren, schoolleiding en bestuur. Op basis van het profiel inventariseert de school welke expertise eventueel moet worden ontwikkeld en wat dat betekent voor de (scholing van) leraren.

Leraren en ouders hebben adviesrecht op het schoolondersteuningsprofiel via de medezeggenschapsraad van de school. Het Samenwerkingsverband beoordeelt op basis van alle schoolondersteuningsprofielen of het een dekkend aanbod in de regio kan realiseren.

Hier volgt het ondersteuningsprofiel van het Jan van Egmond Lyceum voor de periode 2018-2022. Dit zal in 2022 worden herzien voor de volgende periode van vier jaar, of zoveel eerder als nodig.

 

2 De school

De ambitie van het Jan van Egmond Lyceum is een kwaliteitsrijke school te zijn met goed onderwijs, goede onderwijsresultaten en een hoog rendement. Een school die ruime mogelijkheden en kansen biedt aan de leerlingen. In het onderwijsleerproces wordt rekening gehouden met de verschillen tussen leerlingen in talent, leerstijl en ambitie. De onderwijskundige structuur van de school is opgebouwd rond drie onderwijsafdelingen havo, atheneum en gymnasium. De kerntaak in iedere afdeling is het leveren van een succesvolle bijdrage aan het leerproces en de begeleiding van leerlingen. Kennisoverdracht is in onze visie onlosmakelijk verbonden met het ondersteunen, begeleiden en sturen van het leerproces van leerlingen in opvoedkundige, pedagogische en didactische zin. Deze samenhang maakt de school een unieke en onmisbare schakel in het leer- en ontwikkelingsproces van iedere leerling.
De school wil elke leerling de gelegenheid bieden het beste uit zichzelf te halen in een stabiele, veilige omgeving die uitnodigt tot leren.

 

2.1 Missie/visie

Missie
Binnen het jan van Egmond Lyceum werken we met elkaar aan intellectuele, culturele en maatschappelijke vorming. Op deze manier dragen we bij aan de ontwikkeling van de leerlingen tot betrokken, zelfstandige en verantwoordelijke burgers.
Het Jan van Egmond Lyceum is een school waarin vier kernwaarden de basis vormen voor het handelen, werken en leren van leerlingen, ouders en medewerkers.

De vier kernwaarden zijn:
Veiligheid
Plezier
Samenwerken en ontwikkelen
Groei en resultaat.
Deze kernwaarden vind je terug in alles wat wij doen.

Visie
Op het Jan van Egmond Lyceum
• Worden leerlingen gezien en gekend
• Zijn leerlingen en docenten samen verantwoordelijk voor resultaten en groei
• Biedt het pedagogisch klimaat vertrouwen en veiligheid
• Handelen wij open, respectvol en oplossingsgericht
• Is er evenwicht in ons leren tussen kennis, vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling
• Is ons onderwijs professioneel, flexibel en toekomstgericht
• Leren wij van en met elkaar en reflecteren wij op ons eigen functioneren
• Gaan wij uit van onze talenten en streven wij naar excellentie
• Delen we ervaringen, inspireren wij elkaar en vieren we successen
• Werken en leren wij met plezier, passie en trots.

 

2.2 De onderwijsvisie

In de visie van het Jan van Egmond Lyceum is een gemotiveerd, professioneel team van docenten, begeleiders en andere medewerkers, die samen voortdurend streven naar verdere kwaliteitsverbetering en borgen wat goed is bepalend voor goed onderwijs. Daarbij vormen de lessen van inspirerende en vakbekwame docenten, die leerlingen weten te motiveren en die oog hebben voor elke leerling, de kern van het onderwijs. Goed onderwijs wordt weliswaar gestalte gegeven door gemotiveerde docenten en begeleiders, maar de betrokkenheid van ouders/verzorgers bij de ontwikkeling van hun kind en de zorg voor een goed thuisklimaat is ten minste van even groot belang. In de opvoeding vullen we elkaar aan. Vanuit deze visie worden de vier al eerder genoemde kernwaarden centraal gesteld voor de gewenste schoolcultuur.

 

2.3 Visie op zorg voor leerlingen

Bij basiszorg gaat het op de eerste plaats om positieve belangstelling en aandacht voor leerlingen vanuit een goede, onderlinge relatie tussen docent en leerling. Dit is de basis voor het pedagogisch/didactisch klimaat waarin de leerling gestimuleerd wordt tot optimale prestaties. Kortom, wat bij een leerling in aanleg aanwezig is, ontwikkelen wij samen met de leerling wij tot goede resultaten, waarbij het welbevinden van de leerling van eminent belang is. Tot de basiszorg voor leerlingen hoort ook de zorg voor een veilige schoolomgeving. Leerlingen moeten met plezier naar school kunnen gaan en ouders moeten met een gerust hart de verantwoordelijkheid en zorg voor hun kind aan de school over kunnen laten.

 

3. Passend Onderwijs

Met de invoering van Passend Onderwijs hebben alle scholen zorgplicht. Dit betekent dat scholen een passende onderwijsplek moeten zoeken voor leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften, op de eigen school of op een andere school. Gelukkig doorlopen de meeste leerlingen hun schoolperiode zonder al te veel problemen. Maar voor leerlingen die bijvoorbeeld belemmeringen ondervinden door een beperking, problemen op het persoonlijk vlak of in de omgang met andere leerlingen, zijn er mogelijkheden voor ondersteuning. Als de leerling een specifieke ondersteuningsbehoefte heeft, zal de school samen met de leerling en ouders in kaart brengen wat deze precies is en of het mogelijk is binnen onze school passende ondersteuning te bieden.

 

3.1 Aanbod basisondersteuning

De basisondersteuning die wij bieden is erop gericht leerlingen waar nodig die extra ondersteuning te bieden, die zij nodig hebben om hun schoolloopbaan succesvol af te leggen. Dit kan klassikaal, in kleine groepen of individueel gebeuren. In de begeleiding van het leerproces is een essentiële rol weggelegd voor de mentor. Als er problemen bij leerlingen, van welke aard ook, worden gesignaleerd, is het de taak van de mentor de signalen te inventariseren en daarover in gesprek te gaan met de leerling en indien nodig de ouders. Als op dit niveau het probleem niet kan worden opgelost, bijvoorbeeld omdat de problemen te groot of te langdurig zijn, dan wordt de zorgcoördinator ingeschakeld. De mentor kan direct naar de zorgcoördinator gaan, of eventueel samen met de coördinator, de persoon die verantwoordelijk is voor de jaarlaag van de leerling. De ondersteuning is erop gericht om moeilijkheden zoveel mogelijk binnen de school zelf op te lossen. Indien noodzakelijk of gewenst wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Een en ander gebeurt altijd in nauw overleg met ouders en leerling.

Voorbeelden van ondersteuning zijn:
• Faalangstlessen en examenvreestraining. De faalangstlessen worden in een serie van vier lessen geven het hele jaar door. Leerlingen kunnen zich rechtstreeks hiervoor aanmelden bij de zorgcoördinator. In maart wordt er een examenvreestraining aangeboden, bedoeld voor leerlingen die extreme vrees, angst of zenuwen kennen voor het examen. Zij leren hoe zich voor te bereiden op het examen en wat te doen als er tijdens het examen extreme stress dreigt.
• Trajectklas voor maatwerkuren en studieondersteuning. De trajectklas is een lokaal waar leerlingen die daar toestemming voor hebben ondersteund kunnen worden bij studievaardigheden. Het is een ruimte waar leerlingen kunnen zitten die een maatwerkprogramma hebben. Verder kunnen leerlingen die gebruik maken van het computerprogramma Kurzweil (hulpmiddel bij dyslexie) hier hun toetsen doen. De hele dag is er een onderwijsassistent aanwezig en elke middag zal er ook een leerlingbegeleider/docent aanwezig zijn om indien nodig leerlingen inhoudelijk te ondersteunen.
• Remedial teaching (RT) Engels. Veelal voor leerlingen met dyslexie die meer herhaling en oefening nodig hebben, individueel of in een klein groepje.
• RT rekenen. Voor leerlingen met ernstige achterstanden op rekengebied of leerlingen met een rekenbewerking leren rekenstrategieën aan ten behoeve van de rekentoets.
• RT begrijpend lezen. Ondersteuning bij leesstrategieën.
• Ondersteuning bij dyslexie door te faciliteren. Leerlingen kunnen toetsen of schoolwerk doen met behulp van Kurzweil. Examens kunnen aangevraagd worden op Kurzweil of Daisy bestand (ingesproken, zodat de tekst beluisterd in plaats van gelezen kan worden). Verder kunnen leerlingen advies krijgen bij welke hulpmiddelen kunnen worden aangeschaft of gebruikt. Veel van deze tips worden behandeld in de cursus omgaan met dyslexie.
• Ondersteuning bij dyslexie door te dispenseren. Dit betekent dat je onderdelen van een vak niet hoeft te doen, bijvoorbeeld woordjes Frans alleen maar één kant op leren. Dit is maatwerk en de dispensatie die verleend wordt hangt af van de ernst van de dyslexie van de leerling. De manier van dispensatie wordt bepaald door de vakdocent.
• Ondersteuning bij sociaal-emotionele problematiek, zoals ernstige faalangst, onzekerheid, sociale problemen met leeftijdsgenoten, verwerkingsproblemen door rouw en scheiding, etc. De ondersteuning bestaat uit begeleidingscoach-gesprekken met een leerlingbegeleider of schoolmaatschappelijk werker. Ook hier geldt dat de manier en mate van ondersteuning maatwerk is en afhangt van wat er nodig is voor de betreffende leerling.
• Ondersteuning bij leerproblemen. De leerlingbegeleider helpt de leerling bijvoorbeeld bij “leren leren”, plannen, prioriteren of kritisch leren.
• Onderzoeken gericht op rekenproblemen en/of taalproblemen. Verkennende onderzoeken om (de mate van) dyslexie en dyscalculie vast te stellen.

 

3.2 Extra ondersteuning

Sommige leerlingen hebben extra of specifieke ondersteuning nodig die niet voorhanden is binnen de basisondersteuning. Het Jan van Egmond Lyceum kan dan een beroep doen op het Samenwerkingsverband voor extra middelen, formatie of voor advies.
Voor deze leerlingen zal een Ontwikkelings Perspectief Plan (OPP) worden vastgesteld en samen met ouders en leerling zal regelmatig besproken worden hoe de schoolvoortgang zich ontwikkelt.

 

4 Organisatie van de ondersteuning

De eerstverantwoordelijke voor de leerling binnen het Jan van Egmond Lyceum is de mentor. De mentor is de spil in de leerlingbegeleiding. Omdat vanuit onze visie doceren en begeleiden in één hand horen, zijn in principe alle docenten mentor. Het mentoraat staat centraal in de schoolorganisatie, collega’s zijn gegroepeerd in teams rond de leerling en daarmee rond het mentoraat. De teams worden aangestuurd door een leerjaarcoördinator die verantwoording aflegt aan de desbetreffende afdelingsleider. De leerjaar coördinator wordt aangestuurd door de afdelingsleiders.

De mentor is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders. De mentor verwerft inzicht in de schoolresultaten, eventuele leerproblemen, de thuis- en/of opvoedingssituatie, de peergroup en vrijetijdsbesteding. Indien er in twee van deze gebieden wrijvingen of problemen voorkomen, is dat vaak een signaal voor risico op uitval.
De mentor en de leerjaarcoördinator informeren indien nodig over problemen tussen de leerling en medeleerlingen en/of collega’s.

De mentor signaleert aan de hand van:
• gegevens uit he logboek (magister)
• de warme overdracht aan het begin van het jaar,
• informatie van collega’s,
• gesprekken met de leerling en ouders.
• resultaten,
• absentie en te-laat-komen,
• plek in de groep, met behulp van een sociogram,
• (plotselinge) gedragsverandering, indien van toepassing: handelingsplan,

Hiertoe:
• voeren de mentoren minimaal één keer per rapportperiode een persoonlijk gesprek met de leerlingen waar de hierboven genoemde drie aspecten (resultaten, thuissituatie, vrije tijd) aan de orde komen, waarvan twee keer per jaar met leerlingen én ouders in de vorm van een POP- (Persoonlijk Ontwikkelings Plan-) gesprek,
• informeren de mentoren te minste vier maal per jaar de coördinator/teamleider over de resultaten van de mentorklas en voeren de mentoren minimaal een keer per rapportperiode een gesprek met de coördinator over de mentorklas,
• worden elke periode in de leerlingbesprekingen de resultaten en ontwikkeling van de leerling besproken; op basis hiervan worden voor leerlingen die dat behoeven concrete acties afgesproken, waarvan alle betrokkenen op de hoogte worden gesteld,
• nemen betrokken docenten en andere functionarissen in school contact op met de mentor van een leerling indien daar aanleiding toe is,
• is de mentor verantwoordelijk voor het bijhouden van het leerlingvolgsysteem Magister en een goede dossieroverdracht aan de nieuwe mentor aan het einde van elk leerjaar.

De mentor legt verantwoording af aan de coördinator en waar nodig de afdelingsleider.
Als de mentor en de coördinator in overleg met ouders en of leerling denken dat er extra ondersteuning nodig is dan vullen zij gezamenlijk het intakeformulier “leerlingondersteuning” in. De zorgcoördinator zal vervolgens met een advies komen. Communicatie over de voortgang van de ondersteuning zal verlopen via de zorgcoördinator en de mentor.
Daarnaast zullen de vorderingen worden bijgeschreven in het logboek in Magister zodat ook betrokken derden, vakdocenten, geïnformeerd zijn.

4.1 Expertise in huis

Voor de uitvoering van de basisondersteuning heeft het Jan van Egmond Lyceum de volgende medewerkers in dienst.

• De zorgcoördinator is direct verantwoordelijk voor alle ondersteuning. De schoolleiding (afdelingsleider zorg) is eindverantwoordelijk. De zorgcoördinator adviseert welke ondersteuning de leerling het best zou kunnen krijgen en monitort de voortgang. Indien nodig kan zij maatwerk en/of bijzondere trajecten uitzetten, dit in overleg met direct betrokkenen. Hiertoe kan zij onderstaande medewerkers binnen de school inzetten.

  • o Schoolmaatschappelijk werk is toegevoegd aan het ondersteuningsteam en valt onder de basisondersteuning. De schoolmaatschappelijk werkers zijn in dienst van Spirit en worden bekostigd door de gemeente Purmerend. De expertise van de schoolmaatschappelijk werkers ligt op het gebied van opvoedingsondersteuning en pubertijdsproblematiek. Waar nodig betrekken zij de ouders bij de ondersteuning.
    o Leerlingbegeleiders hebben affiniteit met leer- en ontwikkelingsbeperkingen. Zij zullen worden ingezet wanneer er behoefte is aan ondersteuning op het gebied van leerbelemmeringen; te denken valt aan beelddenken, structurele planningsproblemen, leeraanpak vragen, hoofd- en bijzaken leren onderscheiden, etc. De leerlingbegeleiders hebben allemaal een docentachtergrond.
    o De RT-adviseur houdt zich bezig met dyslectische leerlingen, zij beoordeelt de verkennende onderzoeken en geeft zo nodig extra ondersteuning op gebeid van spellen en lezen. Verder organiseert zij de onderzoeken die uitgevoerd worden door SOS-testbureau. Indien een leerling een dyslexieverklaring krijgt, regelt zij de faciliteitenkaarten en zorgt zij dat de leerling mee kan doen aan de cursus “omgaan met dyslexie”. De remedial teacher kan ook leerlingen ondersteunen bij rekenproblemen of problemen bij Engels.
    o De begeleider passend onderwijs is in dienst van het samenwerkingsverband en toegevoegd aan de basisondersteuning. Zij begeleidt leerlingen met ernstige leer- en gedragsproblemen en ondersteunt zo nodig ook ouders en docenten. Zij is deskundig op gebied van autisme, ADHD, ernstige faalangst, etc.
    o De psycholoog is voor een aantal uren per week beschikbaar vanuit het samenwerkingsverband. Zij kan onderzoek doen en of advies geven.

• De onderwijsassistent is fulltime aanwezig in de trajectklas. Zij zorgt dat leerlingen in de trajectklas aan het werk zijn, dat toetsen voor dyslectische leerlingen klaar staan en zij is aanspreekpunt voor leerlingen die daar een maatwerkprogramma volgen.
• Een tweede onderwijsassistent handelt tot 8.30 uur de ziekmeldingen af en zal elk uur controleren of er leerlingen zonder reden absent zijn, indien leerlingen zonder melding absent zijn wordt er contact opgenomen met de ouders. Een onwettig verzuimd uur moet bij deze onderwijsassistent dubbel ingehaald worden. Ongeoorloofd verzuim wordt gemeld aan de leerplichtambtenaar (Leerplichtwet, art.25 lid 3). De onderwijsassistent vangt zij de (eventuele) uit de les gestuurde leerlingen op en registreert dit in het logboek. Zorgwekkende geoorloofde en ongeoorloofde absentie wordt tevens aan de leerjaarcoördinator en zorgcoördinator gemeld.


4.2 Samenwerking met ouders

Vanuit het uitgangspunt dat de leerling centraal staat, is het vanzelfsprekend én wenselijk dat school en ouders zoveel mogelijk samenwerken. Ouders zijn immers medeverantwoordelijk voor de schoolontwikkeling van hun kind.
Ieder kind heeft recht op een goede samenwerking tussen school en ouders. School en ouders zijn verantwoordelijk voor een goede onderlinge communicatie (rapportages, contactmomenten, informatievoorziening en communicatie) in het belang van het kind.


4.3 Samenwerken met externe partners

De school werkt samen met onderstaande partners:
• GGD: deze wordt benaderd in geval van langdurig ziekteverzuim. Er is dan overleg met de schoolarts. Deze kan indien nodig contact opnemen met medisch specialisten van de leerling.
• Leerplichtambtenaar: een keer per twee weken is er een verzuimspreekuur op school. De zorgcoördinator meldt leerlingen aan voor dit spreekuur, de leerplichtambtenaar spreekt leerlingen op basis van preventief verzuim. Als verzuim voortduurt of als de leerling 16 uur ongeoorloofd absent is dan volgt er een echte verzuimmelding. In dit geval is de leerling in overtreding en kan de leerplichtambtenaar een straf opleggen. De leerling en zijn/haar ouders krijgen dan een uitnodiging van Leerplicht op hun kantoor.
• Diverse tweedelijnsvoorzieningen zoals Lucertis, Triversum, Psychro, Bascule of zelfstandige kindertherapeuten. Er is regelmatig overleg met tweedelijnsvoorzieningen om hulpverlening en school met elkaar af te stemmen. In eerste instantie verlopen deze contacten via de zorgcoördinator. Per geval wordt beoordeeld wie vervolgens vanuit de school het contact blijft onderhouden over deze leerling.
• Brijder (verslavingsproblematiek) kan op afroep voorlichting geven aan leerlingen, zowel individueel als in groepsverband. Dit kan gaan over verslaving op het gebied van gokken, gamen of drugs-/alcoholgebruik.
• Clup Welzijn. Er is regelmatig contact met o.a. het jongerenwerk van deze organisatie. Ook wordt er projectmatig samengewerkt in de activiteitenweken vaak rondom bepaalde thema’, zoals veiligheid, mediawijsheid etc.
• Waterlandziekenhuis: contact met kinderteam in verband met chronisch zieke kinderen.
• Samenwerkingsverband Waterland: overleg over ingewikkelde casussen of aanvraag extra middelen.


Elizabeth Al
Directeur a.i. Jan van Egmond Lyceum
7 mei 2018

AANMELDEN 2018 trans260

banner meeloopdagen

cover juni 2018