School voor HAVO, VWO (Atheneum, Gymnasium)

Kies een PSG-school

De havo, het atheneum en het gymanisium hebben op het Jan van Egmond Lyceum elk een eigen onder- en bovenbouw. Klas 1 en 2 vormen het hart van de onderbouw, de derde klas is het afrondende jaar van de basisvorming en vanaf klas 4 is er sprake van de bovenbouw, de tweede fase.

Onderbouw

Het voortgezet onderwijs is verdeeld in twee periodes: de onderbouw en de bovenbouw. In de onderbouw worden veel algemene vakken gegeven. De lessentabel is te vinden op onze website: janvanegmond.psg.nl. In de onderbouw zijn er speciale studielessen. In de studieles gaat het niet om kennis, maar om vaardigheden. Leerlingen leren hoe ze moeten leren. Ze leren plannen, samenwerken en onderzoeken. Zulke vaardigheden zijn in alle andere lessen belangrijk. De mentor is verantwoordelijk voor de studiebegeleiding. Door ongeveer elke zes weken bij alle docenten cijfers te verzamelen, heeft hij of zij een goed overzicht van de studieresultaten. Als dat nodig is, praat de mentor daarover met de leerling en/of ouders/verzorgers. Zij kunnen ook zelf contact opnemen met de mentor en/of de teamleider.

Twee keer per schooljaar is er voor de ouders/verzorgers een spreekuuravond, waarop zij met verschillende vakdocenten over hun kind kunnen spreken. De mentor is ook het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders. Zij onderhouden het contact met het docententeam en waar nodig het zorgteam. Zij spannen zich ook in om van een bonte groep leerlingen een klas te maken. Door het jaar heen zijn er verschillende mentor- en klassenactiviteiten. In de onderbouw krijg je de extra mogelijkheid om je op te geven voor de kunstklas, sportklas of wetenschapsklas.

Bovenbouw

In de bovenbouw kiezen leerlingen een kleiner aantal vakken en bereiden ze zich voor op het eindexamen. De onderbouw duurt drie jaar. De bovenbouw neemt op het havo twee jaar in beslag en op het atheneum en het gymnasium drie jaar. In het derde jaar van de onderbouw moeten de leerlingen een keuze maken voor een bepaalde studierichting. Dat is best lastig, want die keuze betekent dat ze ook al moeten hebben nagedacht over wat voor vervolgopleiding ze willen gaan doen als het diploma voor het voortgezet onderwijs op zak is.

Gelukkig zijn er op het Jan van Egmond Lyceum decanen voor het vwo en het havo.

Zij helpen de leerlingen -op basis van aanleg en interesse – met de keus van een profiel en de overige vakken waarin de leerling examen gaat doen. Ze geven ook informatie over beroepsopleidingen en universitaire studies en ze organiseren speciale voorlichtingsavonden over beroeps-en studiekeuze, waar leerlingen samen met ouders/verzorgers naar toe kunnen gaan. De decanen werken nauw samen met de klassenleraren en de teamleiders.

De wijze van leren en werken in de bovenbouw – de tweede fase -bereidt voor op het vervolgonderwijs aan een hogeschool of universiteit en op ontwikkelingen in de samenleving. De leerling gaat namelijk vooral actief en zelfstandig met de leerstof aan de slag en werkt, alleen of in een groepje, aan praktische opdrachten. Het studiejaar is verdeeld in vijf periodes. Deze worden afgesloten met een toetsweek. De leerling moet dus goed plannen en op tijd beginnen met de voorbereidingen. In de bovenbouw worden nieuwe klassen gevormd, daarvoor wordt een kennismakingsactiviteit georganiseerd. Natuurlijk heeft in de bovenbouw niet al het leren met de voorbereiding op het examen te maken. Er wordt ook nog aandacht besteed aan andere zaken die belangrijk zijn voor je ontwikkeling. Zo hebben dit schooljaar leerlingen van het Jan van Egmond Lyceum meegedaan aan het Nederlands Kampioenschap Debatteren en het Lagerhuis debat. Debatteren is niet zo maar een beetje discussiëren, maar een ware kunst van goed luisteren en reageren, argumenten naar voren brengen, aantrekkelijk presenteren en een mooie, persoonlijke spreekstijl. Door te oefenen in debatteren ontwikkelen leerlingen vaardigheden waar zij later bij studie en in het leven veel aan kunnen hebben.

Het Jan van Egmond besteedt daarnaast ook veel aandacht aan onderzoek vaardigheden. Bij veel vakken werken de leerlingen regelmatig aan de zgn. praktische opdrachten. De leerlingen leren onder deskundige begeleiding goede onderzoeksvragen te formuleren en voeren het onderzoek in en buiten de school uit. Menig excellente havo-of vwo-leerling heeft de afgelopen jaren een aanmoedigingsprijs ontvangen van een hogeschool, universiteit of wetenschappelijke instelling. Ook de profielwerkstukken – het zgn. hart van de Tweede Fase – laten zien dat de havo-en vwo-leerlingen zich – onder begeleiding van hun 1e graads docenten – intensief voorbereiden op het hbo en universiteit.

 

INSCHRIJVEN5-198

banner meeloopdagen

cover juni 2017