School voor HAVO, VWO (Atheneum, Gymnasium)

Kies een PSG-school

Algemeen

In het landelijk protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs 2013 van het Ministerie van Onderwijs worden aanbevelingen gedaan voor het dyslexiebeleid die scholen kunnen volgen.

Hieronder  wordt het dyslexieprotocol van het Jan van Egmond Lyceum beschreven.

 

Definitie dyslexie

Dyslexie is een complex probleem dat invloed heeft op het gehele functioneren van een leerling. Het komt voor in alle vormen van onderwijs en is niet gebonden aan intelligentie of sociaaleconomische achtergrond. ‘Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’. (Stichting Dyslexie Nederland, 2008)

 

Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben of binnenkort zullen verkrijgen

Leerlingen die op een vorige (basis)school onderzocht zijn en in het bezit van een dyslexieverklaring zijn, dienen bij inschrijving een kopie van het onderzoeksrapport en de daarbij behorende dyslexieverklaring in te leveren. Deze worden gedurende de schoolloopbaan in het digitale leerlingdossier bewaard. Alleen een verklaring afgegeven door een GZ-psycholoog met een BIG-registratie of NIP-registratie  wordt gezien als een geldige verklaring.

 

Leerlingen waarbij een vermoeden van dyslexie bestaat

Tijdens de intake van nieuwe leerlingen wordt er zorgvuldig bekeken of er sprake is van achterstanden op onder andere lezen en spellen. Indien nodig wordt er extra informatie van de basisschool gevraagd, met name op inzet extra begeleiding omtrent spelling en lezen. De intakecommissie kan de teamleider en de mentor al de opdracht geven om een leerling, zodra het schooljaar start, aan te melden bij zorgcoördinator voor afname van een verkennend onderzoek. Docenten kunnen ook zelf signaleren dat bijvoorbeeld het aanleren van moderne vreemde talen niet of onvoldoende op gang komt. Gecombineerd met gegevens van de basisschool kan de zorgcoördinator besluiten tot een verkennend onderzoek.

 

Het onderzoek naar dyslexie bestaat uit twee delen. Er zal naast grondige analyse van de beschikbare informatie altijd eerst een verkennend onderzoek worden afgenomen. Dit wordt op school afgenomen en is ook op kosten van school. Na het verkennend onderzoek zal de zorgcoördinator, geadviseerd door de adviseur remedial teaching, besluiten of nader onderzoek noodzakelijk lijkt. Dit nader onderzoek wordt afgenomen door een extern testbureau. Als ouders akkoord gaan, worden de kosten voor dit onderzoek gedeeld. Ouders en school betalen elk de helft (meestal ieder ongeveer 175 euro). De school zorgt voor de afname van het dyslexieonderzoek en verstuurt na verwerking van de gegevens het rapport naar ouders.

Bij de diagnose “dyslexie” komt de leerling in aanmerking voor faciliteiten.

 

Leerlingen krijgen een dyslexiepas en een faciliteitenoverzicht. In een gesprek worden deze met de leerling  doorgenomen. Bovendien kunnen de leerlingen zich opgeven voor een cursus “omgaan met dyslexie”. Deze wordt meerdere keren per jaar aangeboden en bestaat uit vier bijeenkomsten. Het faciliteitenoverzicht wordt op school ondertekend door de leerling en de zorgcoördinator en staat in Magister (digitale leerlingvolgsysteem) geregistreerd.

 

Faciliteiten

Faciliteiten kunnen o.a. zijn:

  • Extra tijd

  • Andere beoordeling van spelling

  • Gebruik van hulpmiddelen in de les, zoals een laptop (met spellingcontrole en/of van tekst naar spraaksoftware), een ipad of daisyspeler. Deze hulpmiddelen worden  niet door school verstrekt.

  • Groter lettertype (min. 12 punt) of vergroot blad (A3).

  • Toetsen waarbij gebruik gemaakt is van het dyslexie-lettertype.

  • Het schrijven/markeren van tekst op het opgavenblad

  • Het gebruik van regelkaarten bij de talen.

 

Het gebruik van een blauw transparant sheet bij het maken van toetsen.

 

Gesproken studieboeken “Daisy” worden door school aangeschaft als de noodzaak van het gebruik op onze school is vastgesteld. In andere gevallen zijn de kosten voor rekening van de ouders. 

 

Als de leerling de faciliteiten die worden aangeboden niet wil gebruiken of als blijkt dat de faciliteiten voor de leerling uitgebreid moeten worden, neemt de leerling/ouder contact op met de zorgcoördinator.

De leerling is verplicht om de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport serieus te nemen  en zich te houden aan de schoolafspraken met  betrekking tot de faciliteiten die worden aangeboden.

 

 

Onderbouw

In de onderbouw kan aan een leerling aanvankelijk meer faciliteiten geboden worden  die geleidelijk teruggebracht worden naar het basispakket, dat op het Schoolexamen (SE) vanaf klas 4 en op het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CE) is toegestaan. Op het SE en CE zijn alleen de faciliteiten “extra tijd” en het gebruik van hulpmiddelen  zoals computer/laptop met ondersteunende software toegestaan.

Toetsen maken met Kurzweil is mogelijk in onderbouw. Deze kunnen worden afgenomen in de trajectklas

 

Bovenbouw (Schoolexamen en Centraal Examen)

 

  • Extra tijd

  • Gebruik van een computer met ondersteunende software (zoals bv. van tekst naar spraak) is toegestaan. Dit moet via het examensecretariaat aangevraagd worden. Het Jan van Egmond Lyceum zorgt voor een computer. Om bij het CE Kurzweil te gebruiken moet er minimaal 6 maanden met Kurzweil gewerkt zijn.

  • Speciale luistertoetsen, waarbij extra tijd is ingelast tussen de verschillende vragen.

 

 

Inspectie

Vanaf 2002 is het voldoende als aan de inspecteur gemeld wordt aan welke leerlingen welke faciliteiten worden verleend. Wel wordt daarbij als voorwaarde gesteld dat

- een geldige dyslexieverklaring en een geldig psychologisch onderzoeksrapport in het leerlingdossier aanwezig zijn.

- de gevraagde faciliteiten ook vermeld staan in de dyslexieverklaring of in het dyslexierapport.

 

Vrijstelling moderne vreemde talen

Het inrichtingsbesluit van de Wet op het Voortgezet onderwijs kent geen vrijstellingsmogelijkheid voor de moderne vreemde talen. Op onze school is het mogelijk in de onderbouw een aangepast programma te volgen in het vak Frans of Duits, mits deze taal niet wordt gekozen in het profiel van de bovenbouw. Om in aanmerking hiervoor te komen, dient een aanvraag met redenen omkleed ingediend te worden bij de teamleider.

 

Fraude

Bij misbruik van de laptop tijdens toetsen in de onderbouw vervalt tijdelijk het recht op deze faciliteit. Zie voor bovenbouw het PSG-examenreglement.

 

Voor aanvullende informatie over dyslexie en hulpmiddelen kunt u terecht op de volgende sites: www.lexima.nl en www.balansdigitaal.nl.

 

 


Algemeen

In het landelijk protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs 2013 van het Ministerie van Onderwijs worden aanbevelingen gedaan voor het dyslexiebeleid die scholen kunnen volgen.

Hieronder  wordt het dyslexieprotocol van het Jan van Egmond Lyceum beschreven.

 

Definitie dyslexie

Dyslexie is een complex probleem dat invloed heeft op het gehele functioneren van een leerling. Het komt voor in alle vormen van onderwijs en is niet gebonden aan intelligentie of sociaaleconomische achtergrond. ‘Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’. (Stichting Dyslexie Nederland, 2008)

 

Leerlingen die al een dyslexieverklaring hebben of binnenkort zullen verkrijgen

Leerlingen die op een vorige (basis)school onderzocht zijn en in het bezit van een dyslexieverklaring zijn, dienen bij inschrijving een kopie van het onderzoeksrapport en de daarbij behorende dyslexieverklaring in te leveren. Deze worden gedurende de schoolloopbaan in het digitale leerlingdossier bewaard. Alleen een verklaring afgegeven door een GZ-psycholoog met een BIG-registratie of NIP-registratie  wordt gezien als een geldige verklaring.

 

Leerlingen waarbij een vermoeden van dyslexie bestaat

Tijdens de intake van nieuwe leerlingen wordt er zorgvuldig bekeken of er sprake is van achterstanden op onder andere lezen en spellen. Indien nodig wordt er extra informatie van de basisschool gevraagd, met name op inzet extra begeleiding omtrent spelling en lezen. De intakecommissie kan de teamleider en de mentor al de opdracht geven om een leerling, zodra het schooljaar start, aan te melden bij zorgcoördinator voor afname van een verkennend onderzoek. Docenten kunnen ook zelf signaleren dat bijvoorbeeld het aanleren van moderne vreemde talen niet of onvoldoende op gang komt. Gecombineerd met gegevens van de basisschool kan de zorgcoördinator besluiten tot een verkennend onderzoek.

 

Het onderzoek naar dyslexie bestaat uit twee delen. Er zal naast grondige analyse van de beschikbare informatie altijd eerst een verkennend onderzoek worden afgenomen. Dit wordt op school afgenomen en is ook op kosten van school. Na het verkennend onderzoek zal de zorgcoördinator, geadviseerd door de adviseur remedial teaching, besluiten of nader onderzoek noodzakelijk lijkt. Dit nader onderzoek wordt afgenomen door een extern testbureau. Als ouders akkoord gaan, worden de kosten voor dit onderzoek gedeeld. Ouders en school betalen elk de helft (meestal ieder ongeveer 175 euro). De school zorgt voor de afname van het dyslexieonderzoek en verstuurt na verwerking van de gegevens het rapport naar ouders.

Bij de diagnose “dyslexie” komt de leerling in aanmerking voor faciliteiten.

 

Leerlingen krijgen een dyslexiepas en een faciliteitenoverzicht. In een gesprek worden deze met de leerling  doorgenomen. Bovendien kunnen de leerlingen zich opgeven voor een cursus “omgaan met dyslexie”. Deze wordt meerdere keren per jaar aangeboden en bestaat uit vier bijeenkomsten.  Het faciliteitenoverzicht wordt op school ondertekend door de leerling en de zorgcoöordinator en staat in Magister ( digitale leerlingvolgsysteem) geregistreerd.

 

Faciliteiten

Faciliteiten kunnen o.a. zijn:

  • Extra tijd

  • Andere beoordeling van spelling

  • Gebruik van hulpmiddelen in de les, zoals een laptop ( met spellingcontrole en/of van tekst naar spraaksoftware), een ipad of daisyspeler. Deze hulpmiddelen worden  niet door school verstrekt.

  • Groter lettertype(min. 12 punt) of vergroot blad( A3).

  • Toetsen waarbij gebruik gemaakt is van het dyslexie-lettertype.

  • Het schrijven/markeren van tekst op het opgavenblad

  • Het gebruik van regelkaarten bij de talen.

  • Het gebruik van een blauw transparant sheet bij het maken van toetsen.

     

    Gesproken studieboeken “Daisy” worden door school aangeschaft als de noodzaak van het gebruik op onze school is vastgesteld. In andere gevallen zijn de kosten voor rekening van de ouders. 

     

    Als de leerling de faciliteiten die worden aangeboden niet wil gebruiken of als blijkt dat de faciliteiten voor de leerling uitgebreid moeten worden, neemt de leerling/ouder  contact op met de zorgcoördinator.

    De leerling is verplicht om de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport serieus te nemen  en zich te houden aan de schoolafspraken met  betrekking tot de faciliteiten die worden aangeboden.

     

     

    Onderbouw

    In de onderbouw kan aan een leerling aanvankelijk meer faciliteiten geboden worden  die geleidelijk teruggebracht worden naar het basispakket, dat op het Schoolexamen (SE) vanaf klas 4 en op het Centraal Schriftelijk Eindexamen (CE) is toegestaan. Op het SE en CE zijn alleen de faciliteiten “extra tijd” en het gebruik van hulpmiddelen  zoals computer/laptop met ondersteunende software toegestaan.

    Toetsen maken met Kurzweil is mogelijk in onderbouw. Deze kunnen worden afgenomen in de trajectklas

     

    Bovenbouw ( Schoolexamen en Centraal Examen)

  • Extra tijd

  • Gebruik van een computer met ondersteunende software ( zoals bv. van tekst naar spraak) is toegestaan.  Dit moet via het examensecretariaat aangevraagd worden. Het Jan van Egmond Lyceum zorgt voor een computer. Om bij het CE Kurzweil te gebruiken moet er minimaal 6 maanden met Kurzweil  gewerkt zijn.

  • Speciale luistertoetsen, waarbij extra tijd is ingelast tussen de verschillende vragen.

     

    Inspectie

    Vanaf 2002 is het voldoende als aan de inspecteur gemeld wordt aan welke leerlingen welke faciliteiten worden verleend. Wel wordt daarbij als voorwaarde gesteld dat

    -           een geldige dyslexieverklaring en een geldig psychologisch onderzoeksrapport in het leerlingdossier aanwezig zijn.

    -           de gevraagde faciliteiten ook vermeld staan in de dyslexieverklaring of in het dyslexierapport.

     

    Vrijstelling moderne vreemde talen

    Het inrichtingsbesluit van de Wet op het Voortgezet onderwijs kent geen vrijstellingsmogelijkheid voor de moderne vreemde talen. Op onze school is het mogelijk in de onderbouw een aangepast programma te volgen in het vak Frans of Duits, mits deze taal niet wordt gekozen in het profiel van de bovenbouw. Om in aanmerking hiervoor te komen, dient een aanvraag met redenen omkleed ingediend te worden bij de teamleider.

     

    Fraude

    Bij misbruik van de laptop tijdens toetsen in de onderbouw vervalt tijdelijk het recht op deze faciliteit. Zie voor bovenbouw het PSG-examenreglement.

     

    Voor aanvullende informatie over dyslexie en hulpmiddelen kunt u terecht op de volgende sites: www.lexima.nl en www. balansdigitaal.nl.

     

INSCHRIJVEN5-198

banner meeloopdagen

cover december 2016